Chris Aalberts in gesprek met nieuwe raadsleden: Tom van Sprang, raadslid in Haaren

Iedereen heeft ideeën over politiek, maar hoe maak je die ideeën waar? Hoe gaat dat in de praktijk? Is het makkelijk iets te veranderen? Waar loop je dan tegenaan? In een serie gesprekken onderzoekt Chris Aalberts hoe nieuwgekozen raadsleden hun ideeën waar proberen te maken. In deze aflevering een gemeente die binnenkort niet meer bestaat: Haaren, een plattelandsgemeente tussen Tilburg en Den Bosch. Hier werd in maart een nieuwe gemeenteraad gekozen, maar die zal niet de hele periode van vier jaar uitzitten, want begin 2021 wordt de gemeente opnieuw ingedeeld.

In Haaren is Tom van Sprang met voorkeursstemmen verkozen: een lokale beroemdheid die hier een jaarlijks festival organiseert. Tom heeft lang getwijfeld of hij mee moest doen aan deze verkiezingen, vertelt hij op een terras in Oisterwijk. Hij stond op plaats 14 van de lokale partij Samenwerking 95, die hechte banden onderhoudt met het lokale verenigingsleven. Ook daar is Tom al langer bij betrokken. Het kostte Tom duidelijk geen moeite verkozen te worden. Tom: ‘Ik besloot pas twee weken voor de verkiezingen of ik echt mee zou doen.’

Tom haalde met 400 voorkeursstemmen het dubbele aantal wat nodig was om in de raad te komen. Zijn partij was er in ieder geval niet verbaasd over. Tom: ‘Ik dacht: ik kan nu meedoen of over drie jaar. Ik gebruik deze drie jaar nu als een leerperiode, om het systeem te leren kennen en ook om eraan te proeven of ik dit leuk ga vinden.’ Het lokale politieke landschap is in Haaren overzichtelijk: er zijn vier partijen en de politieke agenda wordt grotendeels bepaald door de aanstaande opheffing van de gemeente.

De gemeente Haaren bestaat uit vier dorpen en die gaan in 2021 naar vier verschillende gemeenten: Oisterwijk, Boxtel, Vught en Tilburg. Tom woont in het dorp Haaren, nu nog de naamgever van de huidige gemeente, maar straks onderdeel van Oisterwijk. Aanvankelijk boeide die herindeling Tom niet zo. Hij denkt dat elke gemeente ‘een soort basisniveau’ heeft. Straks moet hij wat verder rijden voor zijn rijbewijs, zegt hij. Over de indeling is lange tijd discussie geweest. Aanvankelijk dacht men dat alle vier de dorpen bij Boxtel zouden komen.

Waarom is Tom dit dan gaan doen, vraag ik. Tom is bij een aantal raadsvergaderingen geweest: ‘Er worden met de gemeenteraad afspraken gemaakt over de nieuwe situatie. Ik zag daar voornamelijk vijftigplussers zitten. Ik zag eigenlijk mezelf niet vertegenwoordigd daar. Ik dacht: er moet ook jong bloed meedenken en meedoen.’

Ik stel dat de gemeente Oisterwijk Toms eigen dorp Haaren in de praktijk simpelweg overneemt. Daar komt het toch op neer? Tom: ‘Ik vind wat er vóór de herindeling gebeurt belangrijker. Wat wij in de tussentijd nog moeten doen is een paar hele grote projecten in onze dorpen realiseren. We moeten nog een aantal zaken regelen voordat we bij Oisterwijk zitten. In Haaren staat het gemeenschapshuis op omvallen en er zijn plannen om dat te renoveren of te vernieuwbouwen. Ik vind het belangrijk dat we dat nog realiseren in de komende drie jaar.’ In de twee andere dorpen van de gemeente Haaren bestaat een soortgelijk plan.

Tom: ‘De kern is dat het belangrijk is dat deze dorpen hun karakter behouden en dat er een ontmoetingsplek is voor jong en oud waar men overdag terecht kan. Bij zo’n gemeenschapshuis zijn maatschappelijke organisaties betrokken, jongerenwerk, GGZ, GGD, er is vrije inloop, de biljartclub zit er. Zo’n huis heeft een functie: als je op loopafstand een kopje koffie kunt drinken en daar aanspraak hebt, doe je dat eerder dan als je eerst een kwartier naar Oisterwijk moet. Haaren is al een redelijk vergrijsd dorp met veel eenzaamheid. Je moet sociale activiteiten zo dichtbij mogelijk brengen.’

Tom vervolgt: ‘Het gaat mij erom dat na de fusie het karakter van Haaren behouden blijft. Dat komt door de verenigingen, het gemeenschapshuis en woningbouw voor alle generaties. We moeten geen slaapdorp worden van Oisterwijk. Ik vind het belangrijk dat we afspreken dat alles wat verenigingen nu kunnen doen, dat ze dat straks ook kunnen. Dus de voetbalclub van Haaren wordt geen onderdeel van een fusieclub in Oisterwijk. Ik vind dus dat we de komende drie jaar deze dingen moeten regelen.’

Er blijkt een concrete reden waarom het nieuwe gemeenschapshuis geregeld moet worden voordat de herindeling plaatsvindt: het is niet zeker dat zo’n plan het in de nieuwe gemeente haalt. Tom: ‘Toen de gemeente Moergestel eerder al bij Oisterwijk kwam, was daar gedoe met het gemeenschapshuis omdat ze in Oisterwijk een of ander cultuurcentrum hadden opgezet. Ze hebben daar problemen met de exploitatie. In Moergestel hebben ze gedoe gehad om hun gemeenschapshuis open te houden omdat dat centrum in Oisterwijk beter zou lopen als alles in Oisterwijk wordt georganiseerd.’

Er moet in september een plan worden gepresenteerd met verschillende opties. Het idee is dat er in Haaren nieuwbouw komt. De kosten: ergens tussen de een en twee miljoen. Volgens Tom is dat geen probleem want ‘we hebben de financiën goed voor elkaar’. Hij vervolgt: ‘Iedereen is het met elkaar eens, want iedereen wil het beste voor zijn eigen dorp.’ Maar of er echt veel overeenstemming is lijkt minder zeker. Tom: ‘Wij willen een beetje vaart maken. Kunnen we niet een datum afspreken waarop we de plannen gaan zien? Dat blijkt niet te kunnen.’

Tom wil redelijkheid en pragmatisme laten zien, maar of daar ook ruimte voor is? Het debat in de Haarense gemeenteraad heeft Tom nog niet erg geënthousiasmeerd, lijkt het: ‘Nu is er een plan bedacht om het plein voor het stadhuis te herbestemmen met bomen. Ik heb daar vragen over gesteld: is het wel handig dat te doen als je nog niet weet wat je straks met het oude stadhuis gaat doen? Dan is het antwoord: dit plan ligt er al heel lang en er is al inspraak gedaan. Degene die straks iets met het stadhuis gaat doen weet dat die bomen daar staan.’ Het plan kost anderhalf miljoen.

Oud zeer tussen raadsleden lijkt in Haaren belangrijker dan de inhoud. Tom: ‘Dat was mijn eerste inhoudelijke discussie. Ik had best redelijke inhoudelijke argumenten en ik kwam er niet doorheen. Het lijkt weinig uit te maken wat wij als oppositie inbrengen. Al hebben wij een inhoudelijk punt, dan gaat de coalitie toch de andere kant op. Na de laatste vergadering heb ik wel gezegd: het gaat hier in de raad over oud zeer, niet over inhoud. Hier zitten mensen die zich al heel lang aan elkaar hebben geërgerd. Ik wil een debat op inhoud voeren.’

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *